De bladenmannen

Door Ramon Kool

Ramon Kool
H
ij keek wat voor zich uit. In zijn hand wat vellen papier, zorgvuldig in elkaar gevouwen door grote machines in grote gebouwen. Langzaam kom ik aan gestapt, hij schrikt op, gaat recht staan, houdt de vellen wat steviger vast en kijkt vol optimisme mijn kant op.

De bladenmannen. Vijf jaar gelden bestonden ze nog niet, nu zijn ze overal, alsof Sire een reclamecampagne heeft gevoerd dat de boeken in is gegaan als de beste ooit. De Spits en de Metro hebben er het meest. Natuurlijk waren er meer, in den beginne, de Dag, de Pers, iedereen had een leger mannen en vrouwen die tijdens de briefing in het hoofdkwartier de simpele woorden "Gaat heen en deel uit" meekregen. En daar valt iets voor te zeggen, er kan immers weinig misgaan, en dat gaat het ook niet. Maar ik vraag me steeds af,... waarom? Waarom delen deze mensen kranten uit? De stapel waar ze de kranten vanaf halen ligt immers maximaal een meter verderop en is prima bereikbaar voor de persoon op zoek naar wat nieuws. Hebben ze bij TNO onderzoek gedaan naar het krant-oppak-gedrag van de gemiddelde Nederlander en is daaruit voortgekomen dat mensen liever kranten aanpakken dan oppakken? Is dit een tegemoetkoming naar de Nederlander toe die het al zo zwaar heeft? Is het een uitgekiend plan om de werkgelegenheid in Nederland te vergroten? Wat is het?

Maar dat ze er zijn vind ik prima, de mannen en vrouwen van het uitdeelcircuit, het enige probleem dat ik heb (hé, het is tenslotte een column wat ik hier schrijf, er moet wat te zeiken zijn), is een met mezelf. Ik weet namelijk niet hoe ik met deze mensen om moet gaan. Elke ochtend loop ik, op weg naar het perron, langs een spits (de man in de voorhoede die de gelijknamige krant overhandigt aan ieder die hem wil hebben). Met elke stap die ik dichterbij kom zie ik hem oogcontact proberen te maken. Uiteindelijk lukt het, hij reikt zijn hand uit, vergezeld van zo'n knispervers exemplaar van het blad van zijn team, om hem aan mij te overhandigen. Maar ik heb helemaal geen behoefte aan een krant in de trein. Ik haal het nieuws van allerlei bronnen en krijg gedurende de dag minimaal 12 keer hetzelfde nieuws binnen. Kortom, een krant in de ochtend is voor mij een soort voorbedachte overkill. Maar ik weet niet hoe ik dat deze man duidelijk moet maken. Je zou denken dat hij mij inmiddels herkent. Het zijn tenslotte elke ochtend dezelfde reizigers en ik ben daar een van. Een die nog nooit een krant heeft aangenomen. Dit weerhoudt hem echter niet en hij houdt de krant voor mijn ogen en knikt alsof ik met het aannemen van deze krant zijn hele dag goed maak. En ik weet niet hoe ik moet reageren. Ik duw mijn lippen stevig op elkaar en schudt mijn hoofd alsof ik ze niet alle vijf op een rijtje heb. Hij kijkt teleurgesteld en ik voel me net alsof ik een bedelaar van zijn maaltijd heb onthouden, maar ik weet niet waarom ik me zo voel! Je maakt mij niet wijs dat hij een gratis krant verstrekt op provisie basis. Wordt hij überhaupt betaald? Vast wel, maar waarom voel ik me dan schuldig? En wat voor mensen kom ik over vijf jaar tegen waar ik nu nog niet het bestaan van af weet, maar waar ik me ook schuldig bij ga voelen?