Het lot van de fotograaf

Door Ramon Kool

Ramon Kool
H
aar hand schoot omhoog, "geen foto's maken!", schreeuwde ze uit. "Waarom niet?", vroeg ik haar, "Daarom niet!". Het enige argument wat je nooit kan weerleggen. Op het moment dat ik wilde uitleggen dat ik echt wel een leuke foto zou maken, sprong iemand anders voor mijn lens. Hij zei niks, maar zijn mimiek sprak boekdelen: "Kijk mij! Kijk mij! Kijk mij!"

Fotografie is een moeilijk iets. Bijna iedereen houdt van foto's, maar de maatschappij is vrij extreem ingesteld als het aankomt op daadwerkelijk gefotografeerd worden. De een vindt het prima en springt graag voor een lens, de andere helft bedekt angstvallig zijn of haar gezicht, alsof een foto de kans op een gelukkig leven direct beïnvloed. Zodoende beschikken de meeste fotografen, of in dit geval, iedereen met een camera, over een fotocollectie bestaande uit mensen die gekke bekken trekken óf mensen met handen voor hun gezicht. Natuurlijk ligt de kwaliteit van een foto niet alleen aan de mensen op de foto, maar ook aan de persoon die de foto maakt. Nu is fotograferen an sich, en dan bedoel ik de daadwerkelijk handeling, richten en klikken, niet zo heel moeilijk. Maar het is een bekend feit dat als men zijn of haar camera afgeeft aan een toevallige voorbijganger om ook een keer zelf op de foto te staan, dat men dan net díe persoon treft die problemen heeft met óf richten, óf klikken. Elke foto die gemaakt is door toevallige omstanders, omdat ik dus ook graag een keer zelf op de foto wil, getuigt van een visionair inzicht met betrekking tot compositie en kadering van die uitegekozen persoon. Afgesneden hoofden, Eiffeltorens met mijn hoofd microscopischklein in de linker onderhoek, enkel de handen van de fotograaf, ik heb ze allemaal voorbij zien komen. Allemaal van een niveau waar ik blijkbaar nog niet klaar voor ben. Ik mis dat stukje visie ben ik bang. Als ik aan iemand vraag een foto van mij te maken, dan heb ik nog de ouderwetse gedachte dat ik ook daadwerkelijk op die foto moet staan. Wat ben ik toch eigenlijk ook naïef.

Maar ik fotografeer graag. Vrienden, familie, collega's, niemand is veilig. En dan komt pas het echte lot van de fotograaf kijken. Om een foto te krijgen van een bepaalde gebeurtenis of persoon is er eigenlijk slechts een handeling echt noodzakelijk, en dat is het daadwerkelijk maken van de foto. Maar dit stuit op weerstand. Hoevaak ik al niet opmerkingen heb gekregen in de trant van "Moet je daar nou een foto van maken?" en "kun je die camera niet wegleggen"! Maar dat is nu het frappante, dit zijn dezelfde mensen die naderhand enthousiast vragen of je de foto's wil sturen en reageren met "is dat alles?". Deze groep heeft ook een hekel aan het fenomeen flitser, maar is erg gevoelig voor, en spraakzaam bij, te donkere foto's. Hun "waarom is deze foto zo donker?", kan ik daarom ook maar moeilijk beantwoorden. En dat is ons lot. We mogen geen foto's maken, maar krijgen commentaar als we geen foto's kunnen laten zien. Vooral opmerkingen als "als je alleen maar foto's maakt zie je niks!", vind ik geweldig. Door een lens zie je meer. Door de lens zie je namelijk wat je weg moet laten, je ziet wat de moeite waard is,... je kiest,... je richt,... en klikt.