Het fietslandschap

Door Ramon Kool

Ramon Kool
W
anneer het een landelijk gevoel moest opleveren, dan zou het Siberisch zijn. Een heuvelig landschap drong zich aan je op als je in de buurt kwam. Maar schijn bedriegt zich zo goed. Heuvelig was slechts een farce. Het waren fietsen. Rij na rij aan fietsen, bedolven onder het sneeuw.

Bij ons in Tilburg heb je naast het station, zoals dat zo vaak en terecht het geval is, een fietsenstalling. Maar bij nader inzien is de term 'stalling' niet helemaal op zijn plaats. Fietsenneerwerpplaats. Dat klinkt al beter. Kijk, ik woon op een ideale afstand van het station. Dit is bewust. In mijn huis kan ik geen trein horen, of het moet die enkele Oud-Russische goederentrein zijn die in het Soviet tijdperk de blits maakte met zijn volumeverhogende moderne hoekige wielen en die hoogstens een keer per maand langs komt denderen. Maar buiten dat. Niks. Toch woon in op slechts vijf minuten fietsen vanaf het station. Nu weet ik ook wel dat de term 'slechts vijf minuten' heel losjes gebruikt wordt. Zoals mensen beweren dat Utrecht-Amsterdam met de auto een 'klein half uurtje' rijden is. De werkelijkheid is vaak anders. Maar ik woon écht op slechts vijf minuten van het station. Ik heb het opgemeten. Heel soms, door een speling van het lot,... waarbij ik het met lot de wispelturigheid van een stationsklok bedoel, lukt het me om op dezelfde tijd aan te komen als dat ik ben vertrokken.

Maar nu komt het. Ik vertrek gemiddeld tien minuten eerder dan nodig als ik naar het station moet fietsen. Deze tijd gaat op. Niet aan het fietsen. Niet aan het burgerlijke 'morguh buurman ritueel', wanneer ik en mijn buurman schijnbaar op exact hetzelfde moment op onze respectievelijke fietsen stappen, maar dit gaat op aan het plaatsen van mijn fiets, in de zo optimistisch genoemde 'fietsenstalling' bij het station. Er is namelijk geen plek. Fietsen staan er behalve naast elkaar,... ook op elkaar, in elkaar, onder elkaar en wanneer je na je werk terugkomt, ook regelmatig door elkaar. Nu ben ik meestal vrij vroeg op het station aanwezig en het valt me op dat dan de fietsenstalling niet leger is dan wanneer ik er op een zaterdagmiddag ben, of 's avonds. Of wanneer dan ook. Er is nooit plek. Het valt me ook op dat sommige mensen hun fiets dagelijks fanatiek op preciés dezelfde plek weten te zetten,... of er is iets anders aan de hand. En dat is er uiteraard ook. Deze fietsen worden niet gebruikt. Nooit niet. Iedereen weet dit ook. Er wordt daarom ook regelmatig zo geweldadig met andere fietsen omgegaan tijdens het plaatsen van je eigen fiets, dat het me niks zou verbazen als binnen een jaar de stichting "Red de fiets" wordt gevormd en pleit voor kamervragen. Met als kamerantwoord: "Doe toch eens normaal man, het zijn fietsen!". Het heeft ook bijvoorbeeld weinig nut om je licht te repareren, want een dag later heeft iemand vakkundig zijn fiets op ontzagwekkende manier dóór je dynamo weten te duwen.

Nu heeft een of andere instantie, ik gok met een uniform uitgevoerd in het blauw, daar iets op gevonden. Kaartjes. Blauwe kaartjes. Deze kaartjes worden aan een fiets bevestigd en bevat de tekst "Op 3 februari wordt deze fiets verwijderd". Ik kijk er naar uit! Die dag zet ik mijn fiets tijdelijk ergens anders en de volgende dag verwacht ik een heerlijke ruime fietsenstalling. Want deze kaartjes zijn al zo'n twee weken geleden aan de fietsen bevestigd en nog geen twee dagen geleden zag ik op de plek waar de fietsenstalling diende te staan, een grote besneeuwde massa met daaruitstekend nog steeds zeker 100 blauwe kaartjes.